Blij met 3e steunpakket maar het kan beter

‘Met participatiemaatschappij Antea hebben we dertien bedrijven in totaal. En alle dertien leven nog. Dus wat dat betreft ben ik positiever gestemd dan aan het begin van deze crisis. Toen was ik zelfs somber, jazeker. Maar we kunnen nu vaststellen dat de steunmaatregelen van de overheid echt hebben geholpen. In de maanden juni en juli heb ik over de gehele linie herstel gezien, hier en daar zelfs fors.’

‘Maar als ik nu een kwartiertje met premier Mark Rutte zou mogen praten, zou ik hem toch vragen om ruimhartiger te zijn bij het derde steunpakket. De voorwaarden zijn een stuk strakker dan bij de eerste twee. Je moet nu 30% omzetdaling aantonen. En de compensatie is een stuk minder: die zakt naar 80% van de loonkosten. En dat wordt dan steeds verder afgebouwd, waardoor het pakket steeds minder effect zal hebben.’

‘We hebben als land geloof ik nu zo’n €20 mrd in het bedrijfsleven gepompt. Bij het derde steunpakket speelt daarom ook een andere vraag: als je niet ruimhartig bent en die bedrijven vallen alsnog om, dan is die €20 mrd voor niets geweest. Dat lijkt mij niet de bedoeling.’

‘We moeten intussen even doorbijten met die anderhalvemetersamenleving. Ik begrijp die beweging Viruswaanzin niet. Wat is nou het probleem met die anderhalve meter? Dat moeten we misschien nog een half jaar volhouden, tot er een vaccin is. Soit! Als we dat niet doen, dan krijgen we straks weer een lockdown. Dat zou funest zijn en dan zou het aantal faillissementen snel oplopen.’

‘Niet om minister Grapperhaus ofzo — want dat is na zijn huwelijk een inkoppertje — maar wat mij betreft zou het hier en daar nog wel wat strakker mogen. Ga eens kijken in de horeca. Daar zitten gasten soms gewoon bijna met de rug tegen elkaar aan. Dan denk ik: joh, waar zijn we mee bezig? Het alternatief is echt veel zwarter.’

Bron: FD.

Robert De Boeck

Antea Participaties in het kort

Antea Participaties verstrekt risicodragend vermogen aan ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf. De aandacht is gericht op jongere bedrijven met een groeipotentieel en een ‘track record’ van enkele jaren. Daarnaast gaat de interesse uit naar volwassen ondernemingen in de expansiefase of bedrijven die te maken krijgen met een management buy-in / buy-out als oplossing voor een opvolgingsprobleem van de DGA.