VOORWOORD

Toekomst

Op 1 april van dit jaar bestond Antea 20 jaar. In die tijd is veel veranderd. De concurrentie nam toe, het zakendoen is verhard en de juridisering heeft ook in het MKB toegeslagen. De filosofie van Antea staat nog steeds recht overeind: ondernemers waar mogelijk met het netwerk helpen bij de groei van hun bedrijf, zonder op hun stoel te gaan zitten.
Juist bij jongere ondernemers zie ik veel meer dan vroeger de interesse om te sparren. Ze hebben steeds meer de bereidheid om zich kwetsbaar op te stellen en hun eigen zwaktes te compenseren door expertise van buiten te halen en vooral het besef dat delen vaak leidt tot een hogere totaalopbrengst. Zij hechten veel minder aan het houden van 100% van het eigendom en stellen groei van de onderneming boven hun eigenbelang.
Juist een participatiemaatschappij als Antea die enerzijds een netwerk van ervaren Informal Investors beschikbaar stelt aan haar portefeuille-bedrijven, maar anderzijds de ondernemer veel operationele vrijheid geeft, kan steeds vaker een goede rol spelen bij de financiering van de groei. Onze formule wordt meer en meer gewaardeerd door MKB-ers. Daar waar ik in het begin van ons bestaan nog vaak moest uitleggen wat een participatiemaatschappij is, is dit fenomeen inmiddels breed bekend. Met dank aan de pers, onze branchevereniging (de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, NVP) en de Koning natuurlijk, die in zijn eerste Troonrede een pleidooi hield voor de participatiemaatschappij.
Als ik zelf terugkijk op die 20 jaar kan ik nog steeds volmondig zeggen: ik heb het mooiste vak van de wereld. Ik word altijd omringd met optimisten. Zakenmensen zijn altijd optimistisch, anders waren ze wel ambtenaar geworden. Er is niets mooiers dan een ondernemer waar mogelijk bijstaan om diens dromen te realiseren.
Bij een jubileum hoort niet alleen terugblikken maar ook vooruitblikken. We zijn pas 20 jaar jong en hebben nog een hele toekomst voor ons. Als mensen me vragen: wat was je hoogtepunt, antwoord ik: die moet nog komen. Ik ga nog lang niet stoppen. Ik moet wel door, want van mijn columns kan ik niet leven. Dat doet me denken aan een gedicht van Jules Deelder. Die gaat als volgt. Lang leve de schrijver. Waarvan?
Op naar de 40 jaar!

Robert De Boeck.

OPEN HET INBUSINESS OKTOBER NUMMER